Aan het werk - Checklist

Voordat u aan het werk gaat in de openbare ruimte doet u er goed aan de checklist op deze pagina door te nemen. Er staan veel bruikbare aanwijzingen om de omgeving toegankelijk te houden. Naast de checklist zijn er ook richtlijnen waar u zich binnen de gemeente Zwolle aan dient te houden. 

  • Kabelgoten en leidingen

    Kabels en leidingen die tijdelijk worden geplaatst, mogen geen obstakel vormen.

    Er zijn verschillende oplossingen.

    • Ideaal is wanneer kabels en leidingen hoog worden aangebracht zodat men er onderdoor kan lopen.
    • Soms kunnen tijdelijke leidingen onder de grond worden aangebracht.
    • Is dit allemaal niet mogelijk dan kan men in het uiterste geval een helling (kabelgoot/slangenbrug) aanbrengen.
    • Hellingen zijn lastig en soms onoverbrugbaar voor rolstoelen. Zorg dat de hellingshoek altijd voldoet.
    • Voor kabelgoten tot 5 cm hoogte kan men uitgaan van een helling van 1:6.
  • Tijdelijke belijning

    • Tijdelijke gele belijning geeft veel duidelijkheid voor het verkeer.
    • Verwijder de gele belijning na afloop van de werkzaamheden. Tijdelijke gele- en definitieve witte belijning lopen anders verwarrend door elkaar.
  • Verkeerslichten

    • Laat de verkeerslichten aanpassen aan de situatie tijdens de werkzaamheden.
    • Beschadig niet de detectielussen in het wegdek.
  • Dagelijks beheer

    Dagelijks beheer van tijdelijke maatregelen is belangrijk. Loopschotten, bouwhekken, omleidingsborden, etc. zijn makkelijk ‘even te verschuiven’. Zonder dagelijks beheer verandert een goed ingerichte tijdelijke omgeving snel in een onbereikbare, onleefbare en onveilige plek.

    Stel bij werkzaamheden in woonbuurten en bij maatschappelijke voorzieningen, winkels, musea, etc. een BLVC-medewerker (Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie) aan. De BLVC-medewerker loopt dagelijks langs het werk en geeft opdracht tot het herstellen van looproutes, rechtzetten van hekken, weer goed plaatsen van omleidingsborden, etc.

    De BLVC-medewerker kan wekelijks een rapport met actiepunten opstellen om de kwaliteit van de tijdelijke maatregelen te behouden. Bespreek het rapport met de directie.

    Eventueel kan de BLVC-medewerker ook hét aanspreekpunt voor de omgeving worden. Deze taak kan overigens ook worden neergelegd bij de omgevingsmanager.

    • De kwaliteit van de openbare ruimte tijdens de werkzaamheden valt of staat met goed dagelijks beheer.
    • Houd de omgeving van het werkterrein schoon.
    • Wees direct bereikbaar voor klachten en opmerkingen vanuit de omgeving.
  • Sociale veiligheid

    Voorkom sociaal onveilige situaties door goed overzichtelijk en goede verlichting.

    • Creëer geen nauwe, donkere doorgangen en breng eventueel tijdelijke verlichting aan.
  • Logisitiek

    • Zorg dat vrachtverkeer op het werkterrein kan laden en lossen en niet het verkeer hindert. Creëer in overleg met de wegbeheerder bijvoorbeeld bufferplaatsen elders.
    • Gebruik routes in de stad die zijn toegerust op het werkverkeer.
    • Parkeer geen personenauto’s op het werkterrein (i.v.m. inbeslagname openbare ruimte en omvang werkterrein) tenzij anders afgesproken met de wegbeheerder.
  • Afzettingen en bouwhekken

    • Plaats altijd fysieke afscheidingen en afgestemd op het gebruik van de openbare ruimte.
    • Plaats hekwerken volledig langs de route en maak geen inhammen. 
    • Zorg dat de blokken/poten van hekwerken nooit buiten de hekwerken steken.
    • Zorg dat de hekwerken vrij zijn van scherpe onderdelen. Een blinde kan een hekwerk met zijn hand aanraken om de route te volgen.
    • Een gesloten hekwerk, bijvoorbeeld met folie of doek, is een goede oplossing
    • Houd materiaal en materieel, rommel en afval binnen de bouwhekken.
    • Gebruik nooit linten.
  • Parkeerplaatsen in de tijdelijke situatie

    • Neem, voor het reserveren van parkeerplaatsen tijdens de werkzaamheden, minimaal 10 dagen voorafgaande aan de werkzaamheden contact op met de wegbeheerder.
    • Hef nooit zomaar parkeerplaatsen op. Treed, indien nodig, daarover in contact met de wegbeheerder.
    • Hef geen gehandicapten- en belanghebbenden parkeerplaatsen op zonder expliciete toestemming van de wegbeheerder. Informeer tijdig de gebruiker en biedt altijd goede alternatieven.
    • Creëer eventueel in overleg met de wegbeheerder alternatieve parkeervoorzieningen voor buurt en bezoekers.
    • Alleen de wegbeheerder mag verkeersborden (laten) plaatsen.
  • Opslag bouwmaterialen

    • Bouwmaterialen moeten geordend en veilig (ook i.v.m. omvalgevaar) binnen de hekken worden opgeslagen.
    • Zand en stenen zoveel mogelijk in containers verzamelen en als mogelijk afvoeren. 
    • Ook bouwafval verzamelen en afvoeren.
    • Voorkom bouwmaterialen in de openbare ruimte.
  • Omleidingsroutes en borden

    Bij wegwerkzaamheden worden vrijwel altijd maatregelen genomen op het gebied van bewegwijzering. Voor automobilisten is dit vrijwel altijd correct. Bij fietsers wordt het soms afgedaan met de tekst ‘Afstappen’ (alsof fietsers geneigd zijn om hele stukken te lopen).

    Voor voetgangers worden ook verbodsborden aangebracht, maar hoe men geacht wordt wel te lopen, wordt zelden aangegeven. Juist voor mensen met beperkingen is dit wel van belang.

    • Hanteer strikt de richtlijnen en verstrek géén extra  informatie op de officiële omleidingsbebording.
    • Extra informatie (bijvoorbeeld bereikbaarheid specifieke winkels) uitsluitend in de kleurstelling zwart op groen.
    • Controleer dagelijks of de borden nog goed staan.
    • Verwijder borden zodra deze niet meer van toepassing zijn.
    • Vertrouw niet alleen op borden, maar geleid het verkeer waar nodig eventueel ook met fysieke maatregelen (gele markering, barriers, elementenmarkering, etc.).
    • Leid vooral voetgangers en fietsers om via korte, logische en sociaal-veilige routes.
    • Indien een voetpad eindigt met een verbodsbord, dient middels een onderbord aangegeven te worden wat het legale alternatief is.
    • Stel vast dat de verantwoordelijke verplicht is om direct na het aanbrengen van de bewegwijzering de route na te lopen. Dit kan samen met iemand uit de doelgroep.
  • Nood- en hulpdiensten, veiligheid

    De vergunninghouder dient de toegankelijkheid voor nood- en hulpdiensten, brandvoorzieningen en (nood)uitgangen van woningen en (openbare) gebouwen te garanderen.

    • Doorrijbreedte is minimaal 3,50 meter.
    • Doorrijhoogte is minimaal 4,20 meter.

    De doorrijbreedte en –hoogte zijn bij werkzaamheden belangrijke voorschriften van de brandweer.

    • Houd toegang nood- en hulpdiensten tot werkvak altijd vrij.
    • Houd u strikt aan alle regels en richtlijnen (Brandweer, CROW, CUR, ARBO, etc.).
    • Stapel geen brandbare materialen dicht tegen de gevels aan.
    • Houd (nood)uitgangen van panden altijd ruim vrij en zorg voor goed beloopbare ontsnappingsroutes vanuit het pand naar de openbare ruimte.
    • Hijs of takel nooit over mensen heen. 
  • Winkelstraten, bedrijven, maatschappelijke voorzieningen

    • Vraag aan uw opdrachtgever hoe de omgeving is betrokken bij de werkzaamheden.
    • Wees betrokken bij een eventuele begeleidingscommissie.
    • Overweeg of een snelle maar hevige uitvoering voordeel biedt voor de omgeving en bekijk de mogelijkheden voor werken van 09.00 tot 19.00 uur. Overweeg of de omgeving gebaat is bij het doorwerken tijdens de bouwvak.
    • Kies een tijdvak voor uitvoering afhankelijk van de omgeving. Bijvoorbeeld in de winter bij een straat met veel horeca-terrassen. Bijvoorbeeld in de zomer bij een straat met veel detailhandel (i.v.m. Sinterklaas- en kerstaankopen).
    • Betrek de politie en bespreek de mogelijkheden voor extra handhaving tijdens de uitvoering. Bijvoorbeeld ter voorkoming van fietsers op de tijdelijke voetpaden.
    • Wees direct bereikbaar voor de ondernemers in de omgeving. Creëer één aanspreekpunt.
    • Besteed extra aandacht aan kwaliteit looproutes. Houd zo lang mogelijk de trottoirs in stand en gebruik loopschotten van goede kwaliteit.
    • Bespreek met de ondernemers het plaatsen van uitstallingen en wijs op het belang van voldoende doorgang op de tijdelijke looproutes.
    • Besteed gedurende de werkzaamheden extra aandacht aan het dagelijks beheer (schoonhouden etc.) van de openbare ruimte.
    • Heb extra aandacht voor sociale veiligheid (bijvoorbeeld bij keuze bouwhekken en aanbrengen tijdelijke verlichting).
    • Bekijk de mogelijkheden voor alternatieve parkeerplaatsen.
    • Wees betrokken bij extra promotionele activiteiten rond het project (opening nieuwe straat etc.).
    • Betrek, als aanwezig, de winkelstraatmanager bij de plannen en uitvoering.
  • Bushaltes en buslijnen

    • Bus- en tramlijnen mogen alleen met toestemming worden gehinderd.
    • Haltes openbaar vervoer moeten goed bereikbaar blijven.
  • Gemotoriseerd verkeer

    Duidelijke routes en scheiding met bouwverkeer.

    Informeer de wegbeheerder als laad- en losverkeer of verhuiswagens e.d. de doorstroming op omleidingsroutes verstoren.

    • Let op dat ook zwaar verkeer en touringcars de tijdelijke routes kunnen volgen (boogstralen e.d.).
    • Let op dat omleidingsroutes vrij zijn van verstoringen.
    • Laat in de tijdelijke situatie eventueel de verkeersregelinstallaties aanpassen aan de verwachte verkeerstromen.
  • Fietsers

    Creëer duidelijke en goed begaanbare fietsroutes langs het werk. Leg geen onlogische of sociaal onveilige omleidingsroutes aan en bewaak tijdens de werkzaamheden de kwaliteit van de fietsroutes.

    Bromfietsers en fietsers moeten hun weg kunnen vervolgen zonder af te stappen. Zo nodig worden hiervoor voorzieningen getroffen, zoals rijplaten of vlonders. Indien afstappen toch nodig mocht blijken dan dienen hiervoor de nodige borden met de tekst “(brom-)fietsers afstappen” geplaatst te worden.

    • Houd rekening met de functie van de straat (bijvoorbeeld winkelstraat) en de voorzieningen in de omgeving (bijvoorbeeld musea of ziekenhuis, etc.). Stem de tijdelijke maatregelen af op het gebruik.
    • Omleidingen voor het fietsverkeer moeten worden voorkomen.
      • Zo nodig worden hiertoe tijdelijke routes aangelegd over het werk.
    • Zorg voor een vlakke, aaneengesloten tijdelijke verharding en onderbreek de fietsroute nooit.
    • Geen materiaal, materieel of rommel op de fietsroute.
    • Leg hellingbanen aan bij hoogteverschillen.
    • Scheid voetgangers, fietsers en gemotoriseerd verkeer het liefst met fysieke materialen.
    • De routes voor het voetgangers- en fietsverkeer moeten permanent correct worden aangegeven.
      • Waar nodig moet bestaande bewegwijzering worden aangepast.
  • Voetgangers

    Voetgangers moeten in staat worden gesteld om zich via bruikbare, veilige en logisch gelegen voetpaden te verplaatsen. Dit geldt ook voor tijdelijke maatregelen.

    • Het trottoir moet altijd een beloopbare breedte houden van minimaal 1,20 meter, indien nodig door extra voorzieningen.
    • Indien er geen sprake is van een beloopbaar trottoir dient een alternatief te worden aangeboden.
    • Houd rekening met de functie van de straat (bijvoorbeeld winkelstraat) en de voorzieningen in de omgeving (bijvoorbeeld musea of ziekenhuis, etc.). Stem de tijdelijke maatregelen af op het gebruik.
    • Leg loopschotten altijd vlak en aaneengesloten neer en onderbreek de looproute nooit.
    • Houd rekening met mensen die minder goed ter been zijn en met (visueel) gehandicapten.
    • Tref, bij het onderbreken van een geleidelijn voor slechtzienden en blinden, aanvullende maatregelen.
    • Zorg dat de alternatieve route altijd is voorzien van een ‘natuurlijke’ gidslijn. Wanneer deze niet aanwezig is, breng dan een geleidelijn aan.
    • Creëer bij lange werkvakken ‘doorsteken / overgangsplaatsen’ voor voetgangers.
    • Geen materiaal, materieel of rommel op de looproute.
    • Maak duidelijk waar voetgangers kunnen lopen.
    • Maak hellingbanen bij hoogteverschillen.
    • Creëer sociaal veilige locaties (geen nauwe doorgangen, te weinig verlichting, etc.)