Aandachtspunten per gebied

  • Hoofdstructuur grote doorgaande wegen en fietspaden

    Op belangrijke looproutes binnen wijken en tussen wijken (inclusief centrum) moet extra aandacht zijn voor algemene eisen, en meer specifieke aandacht voor langere afstand verplaatsingen (directheid, routeherkenning en bankjes). Looproutes langs hoofdwegen extra aandacht aan de leefbaarheid. NB belangrijke looproutes of hoofdlooproutes toevoegen aan Grip op kwaliteit.

  • Recreatiegebied

    Recreëren is een zeer ruim begrip. Het omvat onder meer wandelen, fietsen, zwemmen en het daarbij tussentijds pauzeren. Ook het bezoeken van een dierentuin of pretpark behoort tot recreëren. Parken, plantsoenen en natuurgebieden zijn recreatiegebieden die deel (kunnen) uitmaken van de openbare ruimte. Bij het ontwerp van stedelijk groen (parken en plantsoenen) is het over het algemeen geen probleem om (voor het grootste gedeelte) een goede toegankelijkheid voor iedereen te waarborgen als rekening wordt gehouden met richtlijnen voor een toegankelijke openbare ruimte.

    Voorzieningen in recreatiegebieden – zoals toiletten, picknickplaatsen, bezoekerscentra en restaurants – dienen bereikbaar te zijn via een toegankelijke route. De voorzieningen zelf dienen uiteraard ook te voldoen aan de toegankelijkheidseisen.

    Parken en plantsoenen

    Voetgangers, inclusief hulpmiddelen zoals rollator, wandelwagen en rolstoel moeten de aangewezen paden kunnen begaan, dat wil zeggen verharde paden in goede staat en schoon (vrij van hondenpoep), speciale aandacht voor typische parkvoorzieningen (bruggen, bankjes) en gebruik (geen loslopende honden).

    Natuurgebieden

    In natuurgebieden wordt ook gerecreëerd. Een beperkte toegankelijkheid is vaak inherent aan de aard van natuurgebieden. Een andere mate of kwaliteit van de toegankelijkheid behoort tot de eigenschap van het gebied. Er zijn dan ook andere waarden acceptabel. Veel paadjes zijn smal, onregelmatig, zanderig, steil of anderszins moeilijk toegankelijk. Om een natuurgebied (gedeeltelijk) toegankelijk te maken, dient onderscheid gemaakt te worden tussen hoofdroutes en overige routes. Mensen in een rolstoel stellen andere eisen aan paden en infrastructuur van gebieden dan wandelaars. Ze hebben meer ruimte nodig en stappen niet zo snel over een flinke boomwortel heen. Door ten minste één rondgaand pad te realiseren dat goed toegankelijk is, kan toch iedere bezoeker het natuurgebied bezoeken. Dit pad moet bereikbaar zijn vanaf de openbare weg en de lengte van het pad dient bij de ingang te worden aangegeven.

    Op deze wijze kan een grote groep mensen  genieten van een natuurgebied.  

    Speelplaatsen

    Een speelplaats of speeltuin is een specifieke vorm van recreatie. In een speeltuin zijn toestellen aanwezig waarop kinderen kunnen spelen. Zie ook  richtlijnen speelplaatsen.

  • Bedrijventerrein

    Een bedrijventerrein of bedrijvenpark is een gebied dat in eerste instantie bedoeld is voor de vestiging van (commerciële) bedrijven. Op lang niet alle bedrijventerreinen zijn trottoirs aanwezig. Waar dat wel het geval is, dient de toegankelijkheid van de trottoirs te worden gewaarborgd.

    Gewenst toegankelijkheidsniveau: als woonwijken met als kanttekening dat niet altijd voetgangers(oversteek)voorzieningen aanwezig zijn.

  • Publieke en speciale voorziening

    In de openbare ruimte rond publieke voorzieningen (zoals een gemeentehuis, bibliotheek of theater) en speciale voorzieningen (bijvoorbeeld zorginstellingen) is de behoefte aan een toegankelijke openbare ruimte groter dan in andere gebieden. Bij deze speciale voorzieningen gelden soms specifieke richtlijnen voor de toepassing van routegeleiding

  • Plein

    Pleinen kennen verschillende verschijningsvormen, maten en functies. Veel pleinen bestaan uit een combinatie van verblijfsfuncties en looproutes. De inrichting van pleinen is divers, variërend van vol met objecten, bijvoorbeeld terrassen, tot vrijwel leeg.

    Een belangrijk aandachtspunt bij pleinen zijn de looproutes. In tegenstelling tot de situatie op trottoirs, waar de richting eenduidig is, kan over een plein in verschillende richtingen worden gelopen. Er is vaak geen eenduidige route weer te geven. Visuele aanknopingspunten zijn van belang voor het kiezen van een route. Bijvoorbeeld de ingang van een belangrijk gebouw of het begin van een straat. Looproutes kunnen worden aangegeven door een andere kleur en/of soort bestrating of een hoogteverschil. Maar ook een rij bomen of lantaarnpalen kan een route markeren. De hoofdroute(s) moet(en) ook voor blinden en slechtzienden herkenbaar zijn (zichtbaar en voelbaar).

  • Winkelgebied

    In een winkelgebied zijn diverse winkels dicht bij elkaar gevestigd. Er zijn veel potentiële tijdelijke bestemmingen voor het winkelend publiek. De hoeveelheid voetgangers is daarom groter dan op een regulier voetpad. Bovendien heeft het winkelend publiek vaak tassen of wagentjes bij zich. Ook het gedrag van het winkelend publiek is anders dan dat van reguliere voetgangers. Er zijn vaak grote tempoverschillen, mensen bewegen zich in verschillende richtingen en maken onverwachte bewegingen of staan stil. De verkeersstromen lopen kriskras door elkaar. Om voor al deze bewegingen ruimte te kunnen bieden, zijn andere richtlijnen nodig dan voor een gewoon voetpad.

    In winkelgebieden dient de maatvoering te worden aangepast aan hogere intensiteiten en verschillende loopstromen, mede doordat er mensen in twee richtingen lopen. Drukke winkelstraten dienen bij voorkeur te worden ingericht als voetgangersgebied.

    In winkelgebieden gebruiken winkeleigenaren vaak de openbare ruimte om reclame te maken of koopwaar aan te bieden. Deze ruimte gaat in de praktijk vaak af van de voor voetgangers bestemde ruimte. Ook uitstallingen in de vorm van terrasjes en ‘wild geparkeerde’ fietsen willen nogal eens een obstakel in de looproute vormen. Door in het ontwerp rekening te houden met deze aspecten en ze een plek te geven, kunnen problemen voorkomen worden.

    Met bestrating kan worden aangegeven welke zone bestemd is voor uitstallingen. Een bepaling daarover kan worden opgenomen in bijvoorbeeld een gemeentelijke verordening of in de APV voor reclame-uitingen. Een duidelijk gemeentelijk beleid en handhaving in dezen zijn van groot belang.

    Een ander probleem betreft het wegvallen van (natuurlijke) gidslijnen. Gidslijnen zijn  reeds aanwezige structuren die obstakelvrij zijn en helpen om plaats en richting te bepalen (zie pagina routegeleiding ). Bij het ontwerpen van winkelstraten moet voor gidslijnen aparte ruimte worden gereserveerd.

  • Woongebied

    Om de positie van voetgangers te waarborgen bij de (her)inrichting van woongebieden, moet een trottoir toegankelijk zijn voor mensen met een kinderwagen, rolstoelgebruikers, mensen met een scootmobiel, gearmd lopende mensen en mensen die hulpmiddelen nodig hebben om zich te kunnen verplaatsen, zoals een rollator of een stok. Dat betekent dat de loop niet mag worden belemmerd door de plaatsing van objecten, zoals fietsenrekken, reclameborden en straatmeubilair. Ook is het trottoir bij voorkeur breder dan de minimaal benodigde afmetingen voor toegankelijkheid, zodat voor kinderen speelruimte ontstaat. Openbare voorzieningen zoals bushalten, parkeerplaatsen, brievenbussen en containers zijn voor voetgangers bereikbaar. Extra aandacht voor looproutes specifieke doelgroepen zoals ouderen (bijvoorbeeld tussen verzorgingstehuis en winkels, parkvoorziening, bushalten) en kinderen (schoolroutes, routes naar speelplekken en speeltuinen). Voor iemand met een handicap is zijn woonomgeving alleen goed bruikbaar als hij zich daarin veilig en comfortabel kan bewegen.