Opstelplaats rolstoelgebruikers

Een rolstoelgebruiker moet op het perron voldoende ruimte hebben om via de uitklapplank de bus in te rijden.

Het perron dient ter hoogte van de toegangsdeur voor rolstoelgebruikers voldoende breed en obstakelvrij te zijn.

  • In de CROW publicatie 219c wordt voor een bus perron 2 m als minimumbreedte genoemd, terwijl in publicatie 233 1,50 m als minimum wordt genoemd.

De minimale eis van 1,50 meter biedt in de praktijk onvoldoende ruimte om als rolstoelgebruiker met behulp van de uitklapplank de bus in te rijden. Hiervoor moet minimaal 1,80 meter breedte aanwezig zijn.

Voor ontwerpers is het belangrijk om te bedenken dat het hanteren van minimale maten leidt tot vertraging bij het instappen. Juist bij het halteren (parkeren van de bus op de halte) moet gestreefd worden naar een korte halteringstijd. Een breed bus perron verkort de halteringstijd.