Routegeleiding

Routegeleiding is primair bedoeld voor mensen met een visuele beperking die zonder dit hulpmiddel hun weg niet zelfstandig kunnen volgen. Gids- en geleidelijnen zijn daarom geen doel op zich, maar slechts een hulpmiddel voor oriëntatie. Deze dienen door de wegbeheerder in goede conditie te worden gehouden zodat betekenis en functie gehandhaafd blijft.

Gids- en geleidelijnen communiceren de vind- en volgbaarheid met de gebruikers op twee manieren:

  • Tactiel : de ribbels / lijnen
  • Visueel : contrast met omliggende bestrating

De tactiele eigenschappen van een geleidelijn, de ribbels, moeten duidelijk onderscheidend van de ondergrond zijn zodat deze duidelijk met de taststok en/of met de voeten voelbaar zijn. De visuele eigenschappen moeten slechtzienden in staat stellen de aanwezigheid en richting van de lijn te onderscheiden van de omliggende bestrating en/of vloerafwerking. Dit kan gebeuren door de lijnen en/of ribbels in een duidelijk contrasterende kleur uit te voeren ten opzichte van de omliggende bestrating en/of vloerafwerking. De meeste volgers van deze vorm van routegeleiding maken gebruik van zowel de tactiele als de visuele eigenschappen van geleidelijnen.

 

Routegeleiding

Primaire uitgangspunten

  • Algemeen

    Een geleidingsroute vormt een in twee richtingen te gebruiken, 1 dimensionale navigatie en bestaat uit twee elementen:

    • Gidslijn : Dit zijn natuurlijke en reeds aanwezige structuren in het gebied die kunnen dienen om plaats en richting te bepalen.
    • Geleidelijn : Dit zijn speciaal gemaakte routes in een gebied die zowel tactiel als visueel waarneembaar zijn.
    • Geleidelijnen liggen alleen in veilige, voor voetgangers bestemde, gebieden. Links en rechts van een geleidelijn bevinden zich obstakelvrije stroken met een breedte van ten minste 0,60 m
    • Overhangende elementen op minder dan 2,50 m boven de geleidelijn (en de stroken links en rechts van de lijn) zijn niet toegestaan.
    • Geleidelijnen zijn altijd in twee richtingen te gebruiken (dus geen eenrichtingsverkeer!).
    • Een geleidelijn is, vanwege de vindbaarheid en gidsfunctie, contrasterend van kleur en textuur ten opzichte van de omliggende bestrating.
    • Een geleidelijn bevat zo min mogelijk hoeken, knoop- en beslispunten.
    • Daar waar gebruik gemaakt kan worden van gidslijnen in plaats van geleidelijnen moet dit zoveel mogelijk gedaan worden.

    Lees meer

  • Geleidelijnen

    Basis niveau

    • 0,30 m brede strook: Op veilige en voorspelbare plekken
    • 0,60 m brede strook: Op onveilige en minder voor de hand liggende plekken (Bijvoorbeeld bij oversteekplaatsen van een weg met hogere snelheid dan 30 km/uur en voetpaden die intensief worden gebruikt)
    • Richting van de ribbels: looprichting
    • Een geleidelijn bevat zo min mogelijk richtingveranderingen
    • Een geleidelijn wordt uitgevoerd in materiaal dat contrasteert met de omliggende bestrating

    Hoog niveau

    • In de binnenstad mogen geleidelijnen worden uitgevoerd in materiaal dat minder contrasteert met de omliggende bestrating (bijvoorbeeld hardsteen kleur). 

    Lees meer

  • Gidslijnen

    Basis niveau

    • Met de voet en stok voelbaar verschil in oppervlaktestructuur (bijv. trottoir - grasveld)
    • Hoogteverschil ≥ 0,05 m. (bijv. trottoirband of muur).

    Lees meer

  • Overgang gidslijn naar geleidelijn

    Basis niveau

    Bij een overgang van een gidslijn naar een geleidelijn gelden onderstaande, afwijkende richtlijnen:

    • Bij een parallelle aansluiting: op 0,60 m afstand, met een overlap van 0,60 m
    • Bij een haakse aansluiting: op 0,30 m afstand eindigen
    • ‘Toegankelijke’ gidslijnen zoals goten en lijnafwateringsroosters (verminderd textuurverschil) kunnen gebruikt worden als natuurlijke gidslijn. In zo’n situatie wordt (in afwijking op de landelijke richtlijnen) op het eindpunt geen waarschuwingsmarkering aangebracht, maar direct aangesloten op een geleidelijn.

Soorten markering

  • Attentievlakken

    Basis niveau

    • Attentievlakken zijn onderbrekingen in geleidelijnen t.b.v. specifieke informatie aan de gebruikers
    • Toepassen bij richtingveranderingen van 15 graden en meer en bij kruispunten
    • Op ieder beslispunt in een geleidelijn (hoek, kruising, afslag, etc.) een attentievlak toepassen.
    • Max. 0,60 x 0,60 m uitgevoerd met de aanwezige bestrating (dezelfde kleur en materiaal)
    • 0,30 x 0,60 m bij attenderingsvlakken voorafgaand aan een waarschuwingsmarkering

    Lees meer

  • Object- en informatiemarkering

    Basis niveau

    • Objectmarkeringen worden aangebracht wanneer er zich aan de geleidelijn een object bevindt met voor de volger van de lijn relevante informatie en/of een relevante functie, bijvoorbeeld een informatiezuil of in het openbaar vervoer een kaartautomaat.
    • Materiaal dat in kleur, tast en zo mogelijk klank afwijkt van de aanwezige bestrating.
    • Afmeting vlak: 0,60 x 0,60 m
    • De afstand tussen informatiepunten objectmarkering bedraagt ten minste 1,20 m

    Lees meer

  • Waarschuwings­markering

    Basis niveau

    • Een waarschuwingsmarkering wijkt wat betreft klank, structuur en kleur af van de geleidelijn en is daarom geschikt om onoverzichtelijke en gevaarlijke situaties te markeren.
    • Waarschuwingsmarkeringen worden uitsluitend op die plaatsen aangebracht waar een gevaarlijke situaties kunnen ontstaan, zoals bij:
      • trappen (bovenaan),
      • oversteekplaatsen
      • beëindiging van een geleidelijn zonder dat aansluitend op de geleidelijn een gidslijn kan worden gevolgd
    • Noppenvlak: minimaal 0,60 x 0,60 m

    Lees meer

Locaties

  • OV haltes - algemeen

    Basis niveau

    Een bruikbare halte of perron voldoet aan de onderstaande criteria:

    • Het bus perron wordt over de volle lengte van de blokmarkering voorzien van een geleidelijn (0,30 m breed), zodat het perron herkenbaar is voor mensen met een visuele beperking.
    • Passagiers met een visuele beperking moeten het perron kunnen vinden en kunnen verlaten via logische looproutes. Daarvoor dienen geleidelijnen te worden aangebracht die aansluiten op doorgaande natuurlijke looproutes (natuurlijke gidslijn).
    • Pas op keuzepunten een attentievlak toe.
    • Voorzie perrons met dynamische reisinformatie (met een oproepknop voor spraak) van een geleidelijn met een informatievlak om passagiers met een visuele beperking naar de paal te leiden.

    Lees meer

  • OV haltes - einde busperron

    Basis niveau

    • Waarschuwingsmarkering (‘Stop’): Een ‘Stop’ is een waarschuwingsmarkering die aangeeft dat de route niet verder loopt. Een ‘Stop’ duidt op een gevaarlijke situatie en wordt aangebracht aan het begin en/of einde van het perron om aan te geven dat men terug moet lopen.
    • Een ‘Stop’ bestaat uit een vlak van 0,60 x 0,60 m noppentegels en wordt voorafgegaan door een attentievlak.

    Lees meer

  • Oversteekplaatsen

    Basis niveau

    • Oversteekplaatsen met geleidelijn of gidslijn worden altijd uitgevoerd met waarschuwingsmarkering
    • De geleidelijn zodanig positioneren dat vanaf de waarschuwingsmarkering loodrecht kan worden overgestoken naar de waarschuwingsmarkering aan de overkant
    • Op de oversteek zelf (het wegdek) wordt géén geleidelijn aangebracht (anders waant een blinde zich veilig)
    • De richting van de geleidelijn vóór de waarschuwingsmarkering geeft de oversteekrichting aan
    • De lengte van de waarschuwingsmarkering is als volgt, afhankelijk van de oversteeklengte:
      • 1 rijstrook (of vrijliggend fietspad): 1,80 m
      • 2 rijstroken: 2,40 m
      • 3 rijstroken: 3,00 m
      • 4 rijstroken: 3,60 m
    • Oversteken worden bij voorkeur uitgevoerd met verkeerslichten met aanvraagknop en rateltikker met trilfunctie
    • Bij oversteekplaatsen met verkeersregelinstallatie bevindt de aanvraagknop voor groen licht zich altijd direct naast de geleidelijn
    • Als bij een oversteek diverse rijstroken worden gepasseerd, wordt op elke rijstrook (van langzaam en snelverkeer) waarschuwingsmarkering aangebracht
    • Waar de lengte van de geleidelijn vóór de waarschuwingsmarkering groter is dan 1,20 m, worden attentievlakken van 0,30 m aangebracht

    Lees meer

  • Trappen - aansluiting

    Basis niveau

    Boven:

    • Aan de bovenzijde van de trap moet altijd een waarschuwingsmarkering worden aangebracht.
    • Een geleidelijn bevindt zich boven aan de trap altijd aan de rechterzijde.

    Onder:

    • Onder aan de trap wordt nooit een waarschuwingsmarkering toegepast.
    • Een geleidelijn bevindt zich onder aan de trap altijd aan de linkerzijde.

    Lees meer

  • Trappen - markering traptreden

    Basis niveau

    • Aan het begin en het eind van de trap een met de voet voelbare afwijking van het loopoppervlak
    • Aan de voorkant van de aantrede van de traptreden een markering door helderheidscontrast

    Lees meer