Oversteekplaatsen

Basis niveau

  • Oversteekplaatsen met geleidelijn of gidslijn worden altijd uitgevoerd met waarschuwingsmarkering
  • De geleidelijn moet zodanig gepositioneerd zijn dat vanaf de waarschuwingsmarkering loodrecht kan worden overgestoken naar de waarschuwingsmarkering aan de overkant
  • Op de oversteek zelf (het wegdek) wordt géén geleidelijn aangebracht (anders waant een blinde zich veilig)
  • De richting van de geleidelijn vóór de waarschuwingsmarkering geeft de oversteekrichting aan
  • De lengte van de waarschuwingsmarkering is als volgt, afhankelijk van de oversteeklengte:
    • 1 rijstrook (of vrijliggend fietspad): 1,80 m
    • 2 rijstroken: 2,40 m
    • 3 rijstroken: 3,00 m
    • 4 rijstroken: 3,60 m
  • Oversteken worden bij voorkeur uitgevoerd met verkeerslichten met aanvraagknop en rateltikker met trilfunctie
  • Bij oversteekplaatsen met verkeersregelinstallatie bevindt de aanvraagknop voor groen licht zich altijd direct naast de geleidelijn
  • Als bij een oversteek diverse rijstroken worden gepasseerd, wordt op elke rijstrook (van langzaam en snelverkeer) waarschuwingsmarkering aangebracht
  • Waar de lengte van de geleidelijn vóór de waarschuwingsmarkering groter is dan 1,20 m, worden attentievlakken van 0,30 m aangebracht

Lees meer

Soms ziet een wegbeheerder zich genoodzaakt af te wijken van de meest wenselijke (standaard) uitvoering, bijvoorbeeld bij wegwerkzaamheden of bij bouwactiviteiten. Er kunnen dan schuine oversteekplaatsen/zebra’s worden aangelegd. Deze zijn complex voor mensen met een visuele beperking. Daarom zijn zij alleen toegestaan als de oversteekrichting wordt ondersteund door akoestische signalering (zoals met een rateltikker).

De richting van de geleidelijn vóór de waarschuwingsmarkering dient de oversteekrichting aan te geven. De reden hiervoor is dat het profiel van de waarschuwingsmarkering lastiger is te herleiden tot een bepaalde richting dan het lijnpatroon van de geleidetegels.

Oversteekplaats

Klik op de afbeelding om te vergroten