Uitzonderingen

Het is niet overal mogelijk om een basiskwaliteit te behalen. Een aantal routes is niet of moeilijk toegankelijk te maken. Daarvoor moet een reden zijn.

Een eerste reden kan zijn de functie. De Hasselterweg bijvoorbeeld is speciaal voor autoverkeer en daarom niet toegankelijk voor voetgangers en fietsers. Natuurgebieden zijn deels afgesloten om planten en dieren niet te verstoren. Soms zijn er paden die bedoeld zijn om een rustig gebied te bereiken, zoals beheerpaden van gras die wel voor wandelaars maar niet voor fietsers te gebruiken zijn. Deze komen bijvoorbeeld voor in Beter met Bos en de ecologische zone van Hessenpoort. Ook zijn er paden die de gebruiker een speciale beleving moeten geven, zoals in de Struinwaard bij Berkum.

Een tweede reden kan zijn dat ecologische of cultuurhistorische waarden het onmogelijk maken om paden te maken die voldoen aan de eisen. Een voorbeeld is de Agnietenberg, waar zandpaden en grote hoogteverschillen deel uitmaken van de kwaliteiten van het gebied. Ook voor natuurgebieden blijft het echter de wens om toegankelijke routes als een goed alternatief aan te bieden.

Een derde reden kan een gebrek aan ruimte zijn. In bestaande gebieden waar de ruimte beperkt is, is het soms niet mogelijk om alle functies optimaal in te passen. In die situaties moet een afweging gemaakt worden tussen de verschillende belangen. Toegankelijkheid moet daarbij als een gelijkwaardig belang afgewogen worden. Wanneer de afweging wordt gemaakt dat een bepaalde route niet of minder toegankelijk wordt, dan zal in de directe omgeving naar een alternatief gezocht moeten worden.